Post Tagged ‘taal’

Onder correctoren

Fred Baggen – Onder correctoren”

 

Verbaas jij je ook over spreektaligheid als ‘Dat gaat ‘m niet worden’, ‘Dat is ook zo’n dingetje’ en ‘Dat wassem’?
Herken je de symptomen van Aaneenschrijveritis, Afbreke-ritis?
Word je gekweld door Correctortortuur?
Maak jij je schuldig aan Etymoliegen?
Ben je een ,neuker?
Roep jij met betrekking tot taalregels ook vaker: ‘O(n)logisch!’?
Ben jij soms een Persklaarmaker From Hell?
Ga je gebukt onder Tussen-n-leed?
Lijd je wel eens aan Voetnood?
Ben jij Z-proof?

Dan is Onder correctoren een boek voor jou!

Even onder correctoren: een handboek (‘zelfhulpboek’) is het beslist níet. Evenmin staan er pasklare antwoorden in. Het is van alles wat: serieus, satire, feit, fictie, taal en teken. Aanbevolen voor iedereen die lezen en taal een feest vindt!

Iedereen die mij een beetje kent, weet dat ik op al de bovenstaande vragen volmondig “ja” zou antwoorden. Ik heb mijn leven lang al iets met taal gehad. Zo heb ik in het verleden genoten van “Vakantie in eigen taal” van taaljournalist Gaston Dorren (recensie). Nederlanders zijn steeds meer geïnteresseerd in hun eigen taal(gebruik). Denk aan het Nationaal Dictee en aan de boeken van Paulien Cornelisse en Wim Daniëls, die het actuele taalgebruik op een humoristische manier over het voetlicht brengen. Fred Baggen past ook in dit rijtje, maar hij gaat nog meer in de op de details van de Nederlandse taal. Dat is ook logisch, omdat je als corrector iedere letter van een tekst moet beoordelen. En dan kom je wel eens ongewone, inconsequente of gewoon erg vreemde dingen tegen. Baggen beschrijft deze op buitengewoon humoristische wijze. Dit is absoluut geen gortdroog leerboek, want Baggen weet alles vlot en duidelijk uit te leggen en hij heeft een geweldig gevoel voor humor, iets wat je misschien niet zou verwachten van een ,,neuker. Zo saai als mijn lessen Nederlands op de middelbare school waren (dat kan ik me na al die jaren nog goed herinneren), zo interessant is “Onder correctoren“. Het boek is geschreven volgen het ABC-principe (ABC is “toevallig” ook de afkorting van de naam van de uitgeverij van het boek). Je gaat van aaneenschrijveritis naar Z-proof. Iedere letter wordt apart behandeld en Baggen weet over ieder letter wel iets leuks te schrijven. Het boek verveelt geen moment. Ook qua typografie is het boek af en toe erg verrassend (altijd goed op die dubbele ‘r’ letten, mensen!). “Onder correctoren” is een must voor iedereen die zich (professioneel) met taal bezig houdt (zoals correctoren, redacteuren, journalisten vertalers, schrijvers, uitgevers, boekvormgevers, drukkers en zelfs bloggers), maar ook zeker een echte aanrader voor iedereen die van de Nederlandse taal houdt en er graag meer over wil weten.

Uitgeverij Aldus Boek Compagnie, mei 2016. 232 pag.

Koop bij bol.com

Advertentie
Vakantie in eigen taal

Gaston Dorren – “Vakantie in eigen taal”

Vraagje; waarom staat in deze zin een puntkomma? Hoe komt het dat ‘wippen’ en ‘doos’ gniffelwoorden zijn geworden? Zullen we in de toekomst allemaal ‘de boek’ zeggen? Lees deze boek en je weet het.
Waarom leren Walen zo moeilijk Nederlands? Hoe raar is het om Liège ‘Luik’ en Lille ‘Rijsel’ te noemen? Waarom rijmt ‘boarding pass’ niet op ‘dieptepass’? Verrassende vragen, die taaljournalist Gaston Dorren beantwoordt: goed geïnformeerd, eigenzinnig – en het plezier spat ervan af.
Wat is er mis met het dialect van Amersfoort? Waarom moet het Limburgs vooral geen officiële schrijftaal krijgen? En hoe komt het kleine Nederlandse taalgebied eigenlijk aan zo veel dialecten? Het staat in dit boek, dat elke taalliefhebber zal pakken. Pakken, openslaan en lezen (en herlezen).

Een boek over taal saai? Welnee! Zinsontleding saai? Hoe kom je daar nu bij? Tenminste niet als je Gaston Dorren het woord (of beter: de pen) geeft, want hij schrijft zo pakkend over (voornamelijk de Nederlandse) taal, dat “Vakantie in eigen taal” gewoon niet weg te leggen is. In korte hoofdstukken stipt hij steeds een ander aspect van onze taal aan en stelt waarbij ook vragen: over waarom we bepaalde zinsuitdrukkingen gebruiken, over het nut van een trema, over de rode kringeltjes onder een woord (zoals onder “kringeltjes”), over hoe bepaalde woorden en uitdrukkingen ontstaan zijn, over de restanten van naamvallen in het Nederlands. En wat is ook alweer een wederkerig voornaamwoord en wanneer gebruik je die?  Welke was ook alweer goed: “zich ergeren” of “zich irriteren”? En waarom? Je leest het in “Vakantie in eigen taal“.

Saai? Absoluut niet! Dit is een van de beste non-fictie boeken die ik in lange tijd gelezen heb en het is zeker een aanrader voor iedereen die met taal werkt – beroepsmatig of niet – en voor iedereen die een interesse in taal heeft en daar gewoon een ontzettend vermakelijk en leerzaam boek over wil lezen. Ik had nog wel een paar weken aan de vakantie in eigen taal willen vastknopen, want Gaston Dorren heeft niet alleen verstand van taal, maar hij weet ook hoe hij het moet brengen. Heerlijk verfrissend en buitengewoon leerzaam. Aanrader!

Uitgeverij Athenaeum – Polak & Van Gennep, 2016. 207 pag.

Koop bij bol.com

Die taal, die heeft wat

Jan Stroop – “Die taal, die heeft wat”

Waarom staat er ineens een spatie tussen ‘Rijks’ en ‘museum’? Waarom zeggen we om de haverklap `Klopt! ? En wat is er mis met de taal van het journaal? Jan Stroop geeft antwoord, behalve dan op de vraag waarom we wel ‘lol’ kunnen hebben maar geen ‘lool’. Hij speurt naar de herkomst van woorden en uitdrukkingen die we dagelijks horen en gebruiken, en laat het verschil zien tussen taalgevoel en taaldecreet.
Dit prikkelende, informatieve boek zet de lezer aan het denken over de taal van kranten, radio en tv, over dialect, Verkavelingsvlaams en ABN, en over de onzin van het onderscheid tussen ‘hen’ en ‘hun’ . Stroop schrijft niemand de wet voor, want, zo wil zijn lijfspreuk: ‘Wat niet kan, kun je niet zeggen en wat je kunt zeggen, dat kan dus gewoon.’ Oordelen over wat mág en wat correct is, laat hij graag aan anderen over.

Voor een taalliefhebber als ik, is dit vervolg op “Hun hebben de taal verkwanseld” weer een genot om te lezen. De boeken van Stroop over taal zijn echter wel van een heel ander kaliber dan bijvoorbeeld “Taal is zeg maar echt mijn ding” van Paulien Cornelisse. Cornelisse probeert vaak grappig te doen, wat m.i. niet lukt. Stroop is academischer. Hij beschouwt en beschrijft wat er in de taal gebeurt, maar velt er geen oordeel over. Hij is een taalkundige/taalonderzoeker. Hij bepaalt niet wat er goed of fout hoort te zijn in de Nederlandse taal. “Wat niet kan, kun je niet zeggen en wat je kunt zeggen, dat kan dus gewoon” is zijn motto.
Die taal, die weet wat” is een erg interessant boek, maar je zult niet leren wat er wel en niet “hoort” in de taal. Dat laat hij aan de mensen op straat over, omdat taal zich altijd zal blijven ontwikkelen.

Uitgeverij Atheneum-Polak & Van Gennep, 2014. 196 pag.

Koop bij bol.com