Post Tagged ‘manisch’

Karkas

Femke Schavemaker – “Karkas”

Wanneer Nora van Middelaar de diagnose ‘manisch-depressief’ krijgt, is het eerste wat ze doet een roze hortensia kopen en het tweede de folders over de stoornis in de prullenbak werpen. Het patiënt-zijn gaat haar niet goed af. Tot ze besluit te stoppen met de medicijnen en zelf de verantwoordelijkheid neemt over haar stemming. Ze verzint een woud aan regels en daaraan gekoppelde sancties om zichzelf in het gareel te houden. Maar als je eenmaal de wereld hebt gezien in vacuüm, het koude raster van de werkelijkheid, kun je er nooit meer helemaal deel van uitmaken. Uiteindelijk zijn het de regels zelf waar ze zich in dreigt te verliezen. Karkas is een ontroerend coming-of-ageverhaal met de kracht van een bijl. Het duikt zo diep in de ups en downs van de bipolaire Nora dat je de waanzin zelf kunt proeven.

Als creatief strateeg en copywriter levert Schavemaker goed werk af en ze won een aantal vakprijzen voor haar reclamewerk. Met schrijven had ze al veel eerder willen beginnen, al viel het schrijven van “Karkas” haar zwaar. Maar het móest, zo vertelt ze in een interview in NRC. “Ik moest opschrijven hoe bipolariteit zich manifesteert, hoe het wordt gediagnosticeerd, hoe je ermee leeft. Ik wilde in het midden laten of je zo geboren ben, of zo wordt. Daarom schrijf ik over mijn jeugd, over hoe mijn ouders mij en mijn zus hebben vrijgelaten, je kunt ook zeggen verwaarloosd. Er is ruimte voor psychologiseren, ik laat aan de lezer of die mij een zeikwijf vindt of een sterke vrouw.”

Karkas” is een indrukwekkend debuut. Van de vliegende, razende, energieke waanzin van de manieën tot de duistere, verlammende, energieloze nietsheid van de depressie en de loodzware, geheugen- en bewegingsverlammende werking van lithium. Femke Schavemaker weet het allemaal buitengewoon goed te beschrijven uit eigen ervaring. Dit boek geeft een veel beter beeld van een bipolaire stoornis dan de boeken van Myrthe van der Meer. Waar Myrthe van der Meer vooral probeert om grappig te zijn (en daarmee soms haar doel voorbij schiet), geeft “Karkas” een zwaarder en daarmee eerlijker beeld van de stoornis. Niet voor niets heeft deze, van begin tot eind intense, roman het al geschopt tot de shortlist voor de Hebban Debuutaward. Nu alleen nog even winnen, maar dat zou met een boek van deze kwaliteit zeker mogelijk moeten zijn.

Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, april 2017. 272 pag.

Koop bij bol.com

Wachten op Bojangles

Olivier Bourdeaut – “Wachten op Bojangles”

Uitgever Koen van Gulik van de Wereldbibliotheek tipte “Wachten op Bojangles” als een van de beste boeken van het najaar van 2016. Dat geloof ik natuurlijk niet zomaar. Dat wilde ik zelf bepalen, want anders is het een gevalletje van “Wij van WC Eend adviseren WC Eend”. Ik moet zeggen dat Van Gulik geen woord te veel gezegd heeft. “Wachten op Bojangles” is inderdaad een van de beste boeken van het najaar 2016.

Het verhaal: Een jongetje leidt een leven als een sprookje met zijn ouders in een gigantisch Parijs appartement. Feesten, diners, muziek, rare huisdieren; ze leven alsof de buitenwereld niet bestaat. De motor van dit sprookjesleven is zijn moeder, voor wie het gekste nog niet gek genoeg is. En zijn vader zorgt ervoor dat alles wat zij bedenkt werkelijkheid wordt. Samen dansen ze het liefst dag en nacht op ‘Mr. Bojangles’ van Nina Simone, een lied dat voor het jongetje precies is als zijn moeder, intens vrolijk en even intens droevig tegelijk. Hun huisdier, Mejuffrouw Supertopinada, is een vreemde vogel (in dit geval letterlijk). Alles aan het gezin is ongewoon. Zelfs de vriend van de familie, bijgenaamd Zwijn, wiens grootste ambitie is om een zo grote buik te creëren dat hij zijn bord en bestek er op kwijt kan.
Het is een buitengewoon leven, bruisend, zelfs manisch. Alles kan, niets is te gek. De vader geniet ervan om mensen uitgebreide leugens voor te schotelen. Het fantastischer, hoe beter en de mensen geloven hem vaak ook. De moeder bruist, lijkt altijd vol energie en vol extase. Ze heeft geen voornaam, want de vader verzint iedere dag een nieuwe naam voor zijn vrouw. Uiteindelijk blijkt er achter het vrolijke en levendige leven van het gezin ook een minder vrolijke kant te zitten.

De manier waarop het verhaal verteld wordt is zonder meer heerlijk te noemen. Het lezen van dit boek is een groot plezier, mede door de humor die er in het boek zit. De schrijver heeft een oneindige fantasie en heeft niet veel woorden nodig om een levendige scène neer te zetten. Het enige nadeel is dan ook dat het geen dik boek is. Het voordeel is dat het een debuut is. Als een schrijver zo’n sterk debuut neerzet en daar zulke grote hoeveelheden van weet te verkopen (vooral in zijn thuisland Frankrijk) en daar ook de ene literaire prijs na de andere weet binnen te slepen, dan kunnen we nog veel moois van deze jonge schrijver verwachten. Al na de eerste paar pagina’s van “Wachten op Bojangles” was ik fan. Er kan dus gerust gesteld worden dat Koen van Gulik groot gelijk had toen hij dit hedendaagse sprookje voordroeg als het beste boek van het najaar van 2016. Wat ben ik blij dat ik dit moderne sprookje gelezen heb. Ik heb van iedere bladzijde, zelfs van iedere letter genoten.

Uitgeverij Wereldbibliotheek, augustus 2016. 144 pag.

Koop bij bol.com