Post Tagged ‘filosofie’

Mensheid is een brief aan jou

Govert Derix – “Mensheid is een brief aan jou”

‘Wat hij zag was oneindig veel gewoner, subtieler, alledaagser. Een dode man in een afgedragen trui. Een beetje grijze baard, tamelijk veel grijs haar, kaal bij de slapen, en dan dat gezicht. Het leek zo oud dat het jong kon zijn. Het was geen gedachte, maar een sensatie, een zekerheid, een overtuiging. Dit was misschien wel de doodgewoonste mens op aarde. Green dacht niet en liet gebeuren.’

De verdwijning van het meisje Helena, de vondst van een lijk aan een Zwitsers meer, een romance en de inzichten van een vrijbuiter en een politicus leiden tot een aangrijpend en sprookjesachtig visioen van onze tijd.

Mensheid is een brief aan jou” is een roman waarin de verhaallijnen knap met elkaar vervlochten zijn. In een van de verhaallijnen wordt beschreven hoe een meisje, Helena Kalos, op mysterieuze manier verdwijnt bij een Zwitsers meer en hoe daarna het lijk man een man bij een steen aan de rand van dat meer wordt gevonden, toegedekt met het jasje van het verdwenen meisje. Een foto van deze dode man brengt over de hele wereld een schok teweeg, want iedereen herkent hem.
Fred Paine heeft zich zijn hele carrière ingezet voor het milieu en duurzaamheid en is door de politiek min of meer aan de kant geschoven. Gedesillusioneerd heeft hij zich teruggetrokken in Brazilië, waar hij in een klein dorpje de dagen slijt met zijn nieuwe liefde, de Braziliaanse Marcia.
Deze verhaallijnen lijken net zover van elkaar uit elkaar te liggen als de plaatsen waar ze zich afspelen (de Alpen en de Tropen), maar op ingenieuze wijze weet Govert Derix deze (en andere) verhaallijnen samen te voegen tot een indrukwekkende roman die sterk leunt op de filosofie en dan met name het boek “Aldus sprak Zarathustra” van Friedrich Nietzsche en diens “God is dood”-uitspraak. Een roman over liefde, over leven en dood, over god en over de mensheid in nood, maar vooral ook over hoop.
Mensheid is een brief aan jou” is een een intelligente en filosofische, maar zeer leesbare ideeënroman geworden. Een indrukwekkende prestatie!

Uitgeverij TIC, mei 2017. 167 pag.

Koop bij bol.com

ivanovRusland, 1924. Wetenschapper Ilya Ivanov heeft één droom. Hij wil menselijk DNA combineren met dat van een aap, om zo een heel nieuw, hybride wezen te kweken. Overmoedig reist Ivanov naar Afrika om chimpansees te insemineren met mensensperma.

Amerika, 1994. Felix, een jonge, homoseksuele student vertrekt voor een halfjaar naar New York om een seminar journalistiek te volgen. In eerste instantie heeft hij moeite zijn plek te bepalen binnen de verschillende subculturen op de campus. Maar dan ontmoet hij virologe Helena Frank. Helena doet onderzoek naar de oorsprong van het hiv-virus: aids moet tijdens de experimenten van Ivanov van aap op mens zijn overgegaan, is haar these.
Felix besluit een artikel te schrijven over Helena. Naarmate zijn research vordert bouwt hij een intense relatie op met de hoogleraar. Dit tot ongenoegen van Lois, Helena’s jongere assistente. Algauw raakt Felix verstrikt in een complex machtsspel met Lois en Helena, waarbij de rollen voortdurend veranderen en de drijfveren lang ongewis blijven. Gebruikt Helena Felix voor haar experiment of gebruikt hij haar voor zijn studie? En wat verbergen de twee vrouwen; welke rol spelen de controversiële ideeën van Ivanov bij hun onderzoek?

In deze knap geschreven roman heeft Hanna Bervoets meerdere lagen gecreëerd. Het boek beschrijft eigenlijk het verhaal van de hoofdpersoon Felix, die in 1994 in New York een aantal vakken journalistiek gaat volgen, maar er het boek gaat al snel behoorlijk de diepte in, zonder de lezers af te schrikken. “Ivanov” gaat over ziekte, wetenschap, biologie, homoseksualiteit en Bervoets gaat stevige filosofische (ethische) vragen niet uit de weg. Sterker nog: ze zoekt ze bewust op. Dat maakt dit boek zo’n onweerstaanbare roman. Dit is geen verhaaltje dat je even leest en vervolgens weglegt. Dit boek laat je nadenken over behoorlijk zware (filosofische) onderwerpen. Toch is het geen moeilijk boek om te lezen. De vertelstijl van Bervoets is lichtvoetig en het verhaal is, ondanks meerdere verhaallijnen in diverse decennia, erg leesbaar. Hanna Bervoets heeft met “Ivanov” een ijzersterke roman geschreven, die waarschijnlijk hoog zal scoren in de de Top-10-lijstjes van beste boeken van 2016. Dit was mijn eerste kennismaking met het werk van Hanna Bervoets, maar ze heeft er in mij in ieder geval weer een fan bij.

Uitgeverij Atlas Contact, 2016. 320 pag.

Koop bij bol.com

Wat we zien als we lezen

Peter Mendelsund – “Wat we zien als we lezen”

Heeft Tolstoj Anna Karenina echt beschreven? Heeft Melville ons ooit precies laten weten hoe Ismaël eruitzag? Of Faulkner zijn personage Benjy Compson? De verzameling van versplinterde beelden in een boek – hier een sierlijk oor, daar een losgeraakte krul, een zwierig opgezette hoed – en andere hints en aanwijzingen helpen ons lezers om een beeld van een personage of van de setting te krijgen, zonder dat de schrijver het expliciet beschrijft. Sterker nog: dit is precies wat lezen zo leuk maakt.
Aan de hand van talloze voorbeelden uit de wereldliteratuur laat dit schitterende en rijk geïllustreerde boek zien hoe dit unieke visuele proces van de lezer werkt.

Dit is op vele vlakken een uniek boek. Qua typografie, illustraties, qua onderwerp. Maar het is geen lichte kost. Vanuit de neurologie, psychologie en (wetenschaps)filosofie, doet Peter Mendelsund uit de doeken “wat we zien als we lezen”. Veel van wat we voor ons zien als we lezen, wordt namelijk helemaal niet door de schrijver gezegd. Het uiterlijk van karakters is daar een mooi voorbeeld van. Soms wordt een karakter omschreven als iemand “met een klassieke schoonheid”. Maar dat zegt ons nog niet. Wat voor kleur ogen? Wat is de vorm van het gezicht?

Tijdens het lezen van het boek van Mendelsund, begin je je te realiseren dat je niet eens weet hoe veel van je favoriete literaire personages eruit zien. Door de omschrijving weg te laten, vullen onze hersenen zelf het beeld aan. En dat is natuurlijk voor iedereen verschillend.

Persoonlijk heb ik genoten van dit boek, en ik zal het ook zeker herlezen, al was het alleen maar vanwege de meesterlijke layout en typografie. Mendelsund zet de lezer aan het denken over wat het echt gelezen heeft over een personage of een omgeving, en wat de hersenen van de lezer hebben aangevuld. Daardoor krijgt de lezer dus een actievere rol dan meestal werd voorgesteld: de lezer als passieve persoon die alleen de woorden absorbeert. Dit boek geeft je een ander perspectief op lezen.

Het is geen lichte kost, maar absoluut de moeite waard! Lezen over lezen is leuker dan ik gedacht had.

Uitgeverij Atlas Contact, 2015. 432 pag.

Koop bij bol.com

Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers

Rutger Bregman & Jesse Frederik – “Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers”

Jesse Frederik en Rutger Bregman schrijven het Essay van de Maand van de Filosofie 2015 over terechte en onterechte ongelijkheid Hoe is het toch mogelijk dat de mensen waar we overduidelijk niet zonder kunnen – vuilnismannen, politieagenten, verplegers – zo slecht verdienen, terwijl onbelangrijke, overbodige of zelfs schadelijke bankiers, lobbyisten en consultants veel beter boeren? Dit is de vraag waarmee Rutger Bregman en Jesse Frederik de patstelling in het debat over ongelijkheid doorbreken.

Aan de hand van oude en moderne denkers, van Aristoteles tot Piketty, laten ze zien dat er niets vanzelfsprekend is aan de verdeling van inkomen en vermogen. In de overtuiging dat economen te weinig weten van filosofie, en filosofen te weinig van economie, tillen ze de discussie naar een hoger plan. Het is hoog tijd om die oude vraag opnieuw te stellen: welke rijkdom is echt verdiend? Rutger Bregman (1988) en Jesse Frederik (1989) zijn werkzaam voor het journalistieke platform De Correspondent. Bregman is historicus en publiceerde onder meer “De geschiedenis van de vooruitgang“, bekroond met de Liberales-prijs, en “Gratis geld voor iedereen“. Frederik is economisch journalist en columnist; in 2013 won hij de Tegel voor achtergrondjournalistiek Het gebeurt niet vaak dat een wetenschap zo op haar grondvesten schudt. Sinds de financiële crisis blijkt het ene na het andere economische model, leerstuk of dogma rijp voor de prullenbak. En als er één thema is waar de oude zekerheden sneuvelen, dan is het ongelijkheid.

Terwijl de Franse econoom Thomas Piketty furore maakt met zijn dikke pil over de terugkeer van het kapitaal, wijzen nu ook grote spelers als het IMF, de OESO en de Wereldbank op de gevaren van te grote welvaartsverschillen. Maar het Nederlandse debat over ongelijkheid? Dat is slaapverwekkend als altijd. ‘De sterkste schouders moeten de zwaarste lasten dragen’, zegt links. Rechts haalt vervolgens de schouders op en ziet nivelleren als een kwestie van jaloezie. In dit essay doorbreken Rutger Bregman en Jesse Frederik de patstelling. Op een reis langs oude denkers, van Aristoteles tot Marx, laten ze zien dat er niets vanzelfsprekends is aan ongelijkheid. De regels van het spel – de machtsverhoudingen, de wetten, de moraal en ga zo maar doormaken dat sommigen rijk worden en anderen arm. In de overtuiging dat economen te weinig weten van filosofie, en filosofen te weinig van economie, tillen Frederik en Bregman de discussie naar een hoger plan. Het is tijd om die oude filosofische vraag opnieuw te stellen: welke rijkdom is echt verdiend?

En wat de titel betreft: die heeft de maken met de twee betekenissen van het woord verdienen: “als winst of loon verkrijgen” en “aanspraak mogen maken, recht hebben op”. Het mag duidelijk zijn dat vuilnismannen die daadwerkelijk iets belangrijks doen voor de maatschappij meer geld zouden moeten krijgen dan bankiers die alleen maar geld verplaatsen.

Uitgeverij Lemniscaat, 2015. 101 pag.

Koop bij bol.com

Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het.

“Sterven is doodeenvoudig. Iedereen kan het.”

De Denker des Vaderlands, René Gude, is stervende. Voor Human sprak Wim Brands met hem over wat er werkelijk toe doet in het leven, over humeurmanagement en over de troost van de filosofie. Juist nu de dood voor de deur staat, blijken filosofische vaardigheden handig om de gemoedsrust te bewaren. Als je goed over de inrichting van je leven hebt nagedacht, hoef je op het eind niet nog van alles goed te maken. Wie een beetje nadenkt hoeft zich ook niet te verliezen in bozige theorietjes over het bittere lot dat je treft. Natuurlijk dat soort sombere emoties zijn er wel, maar je kunt leren om ze niet kunstmatig, door verkeerd gebruik van je verstand, te verlengen. En wat het sterven zelf betreft: dat moet toch tamelijk eenvoudig zijn. Tot nu toe is het iedereen gelukt. René Gude is Denker des Vaderlands, oud-directeur van de ISVW en voormalig hoofdredacteur van Filosofie Magazine.

Dit vraaggesprek van Wim Brands met de filosoof René Gude gaat over de invloed die zijn bijzondere situatie – drie jaar geleden is bij Gude een terminale ziekte geconstateerd; zijn levensverwachting is twee jaar – voor Gude als filosoof betekent. In een aantal persoonlijke mijmeringen wordt stilgestaan bij zaken, die dan in het vizier kunnen komen. Daarbij is de rol van de wijsbegeerte belangrijker dan de individuele biografie. Er lijkt hier sprake van een neiging de zaken sereen naar boven, naar redelijkheid tot het einde, af te ronden. Toegankelijke tekst over een algemeen onderwerp, waarin persoonlijke mijmeringen relief krijgen in de context van de filosofische traditie.

Filosofie voor een breed publiek. Dat was een van de doelstellingen van René Gude, en dat lukt hem ook goed in dit boekje. Geen moeilijke termen, geen verwijzingen naar obscure filosofen. Gewoon een pleidooi voor humeurmanagement en optimisme. En dat van een stervende filosoof. Petje af. Dit boekje zet je wel aan het denken over leven en sterven.

Uitgeverij De Vrije Uitgevers, 2015. 60 pag.

Koop bij bol.com

Valse papieren

Valeria Luiselli – “Valse papieren”

Wie aan ‘Valse papieren’ begint, stapt een fascinerende wereld binnen, een wereld die wreed en pijnlijk is, scheurtjes vertoont en niet langer haar oorspronkelijke glans bezit. Maar ook een wereld die doet verbazen door de schoonheid die achter deze onvolkomenheden verscholen ligt.

Wie aan ‘Valse papieren’ begint, wordt door de vertelster bij de hand genomen en meegevoerd op een reis langs de pagina’s van de boeken die ze las, de onuitwisbare indrukken die ze daarbij opdeed; langs hedendaagse wereldsteden: vervallen, voortdurend aan verandering onderhevig en in onderhoud; langs de onbekende dode voor haar deur naar anekdotes over schrijversgraven en dichtersverdriet. Maar te midden van die tristesse en melancholie bevat het boek zoveel schoonheid, zoveel kunst en literatuur, dat je als lezer alleen maar kunt genieten van de beelden die opgeroepen worden.

Met Valse papieren creëerde Valeria Luiselli een geheel nieuw genre, weliswaar in de traditie van W.G. Sebald, Teju Cole en Joseph Brodsky: ‘Valse papieren’ is geen roman, geen reisverhaal, geen essay, maar alles tegelijk.

Met een voorwoord van Cees Nooteboom.

Dit is een boek dat zich erg lastig laat omschrijven. Het is niet in een genre te vangen. Essays over “haar” stad, Mexico City, ja, maar het gaat dieper dan dat. De essays zijn geen flarden uit een reisgids, maar zijn naast een beschrijving van haar stad tegelijkertijd filosofische essays. Dit is geen boek voor de grote massa. Dit is een boek voor fijnproevers. Als een goede wijn of een goede maaltijd, dient deze niet te snel genuttigd te worden. Lees een stukje en laat het bezinken. De liefhebbers van goede, verfijnde literatuur zullen dit boek op waarde weten te schatten en dit juweeltje koesteren.

Uitgeverij Karaat, 2012. 144 pag.

Koop bij bol.com