Post Tagged ‘euthanasie’

De weg kwijt

Boudewijn Chabot – “De weg kwijt”

De acceptatie van euthanasie bij allerlei nare lichamelijke ziekten is enorm toegenomen. In De weg kwijt legt Boudewijn Chabot de schaduwkant hiervan onder een vergrootglas. 25 jaar geleden stond Chabot al voor de rechtbank pal voor zelfbeschikking over het levenseinde. Maar nu euthanasie ook bij dementie en psychiatrie snel toeneemt, roept hij op tot bezinning.
Deze kwetsbare patiënten krijgen onvoldoende zorg en behandeling, waardoor hun angst voor het leven en het verlangen naar de dood toenemen. Hun hersenziekten tasten het vermogen aan om zelfstandig te beslissen. Ze horen dat euthanasie bij ongeneeslijke lichamelijke ziekten een oplossing kan zijn, en dat ook zíj om euthanasie kunnen vragen bij de levenseindekliniek.
Hoogleraar Anne-Mei The valt Chabot bij en demonstreert in haar Proeftuin Dementie hoe je anders kunt omgaan met de angst voor dementie. Hoogleraar Jim van Os legt uit hoe het komt dat psychiatrische behandeling geen hoop meer biedt aan mensen die worstelen met de dood.

In dit dunne boekje van 80 pagina’s stelt psychiater Boudewijn Chabot de huidige euthanasiepraktijk aan de kaak, die naar zijn mening “zorgwekkend” is. Volgens de euthanasiewet van 2002 moet voor een zorgvuldige euthanasie aan drie voorwaarden voldaan zijn:

  1. Er is sprake van een vrijwillig en weloverwogen verzoek
  2. Er is sprake van ondraaglijk en uitzichtloos lijden
  3. Er is geen andere redelijke oplossing dan euthanasie

Volgens Chabot is de huidige euthanasiepraktijk uitgehold, omdat er in veel gevallen alleen nog maar aan het eerste criterium voldaan dient te worden. Het uitzichtloos en ondraaglijk lijden en het afwezig zijn van andere redelijke oplossingen wordt volgens hem niet getoetst door de toetsingscommissies euthanasie. Volgens de wet is er ook sprake van een vrijwillig en weloverwogen verzoek als iemand jaren geleden een wilsverklaring op papier heeft gezet, ook al is de persoon in kwestie inmiddels zover gevorderd in zijn of haar dementie dat de doodswens niet herhaald kan worden. Dit heeft er in de praktijk toe geleid dat er bij enkele mensen een slaapmiddel in voedsel of een drankje werd gedaan, zodat er overgegaan kon worden tot euthanasie zonder dat de betreffende persoon zich kon verzetten. Dat is Chabot een doorn in het oog, ondanks het feit dat er in deze gevallen een euthanasieverklaring waren ondertekend op het moment dat deze mensen nog wilsbekwaam waren.

In zes hoofdstukken, waarvan drie bestaan uit krantenartikelen die eerder gepubliceerd zijn in De Volkskrant, Trouw en NRC Handelsblad, probeert Chabot de euthanasie terug te brengen naar de drie eerdergenoemde pijlers waarop de euthanasiewet is gebaseerd. Dit betekent evenwel dat mensen met chronisch psychiatrisch lijden of dementie achter het net vissen. Dit vindt Chabot geen zaken voor euthanasie. Indien die mensen toch willen sterven, verwijst hij ze naar zijn vroegere boek “Uitweg“, waarin methodes vermeld staan waarmee iemand zelf op een “zorgvuldige” wijze een einde aan het leven kan maken.
Hoewel Chabot duidelijk formuleert en met goede argumenten komt, weet hij mij niet volledig te overtuigen. Dat neemt echter niet weg dat dit boekje, ondanks zijn geringe omvang, een belangrijke toevoeging is aan het debat over euthanasie.

Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar, augustus 2017. 80 pag.

Koop bij bol.com

Advertenties
Zelf over het levenseinde beschikken

Ton Vink – “Zelf over het levenseinde beschikken”

Euthanasie is een kwestie waarbij de doorslaggevende stem die van de arts is. Daarmee is meteen boven water wat er in die praktijk ten principale mis is (zelfs al gaat het niet altijd mis): de ondergeschikte positie van de zelfbeschikking van de persoon wiens leven en levenseinde het betreft. Dat is namelijk niet de arts.

De vraag die de hoofdpersonen in dit nieuwe boek zich op enig moment stellen, ieder op eigen wijze, zou je een typisch stoïcijnse vraag kunnen noemen: ‘Wat te doen wanneer naar eigen overtuiging het beëindigen van het leven redelijker lijkt dan het voortzetten ervan? Zich verzetten tegen de loop der dingen? Alles uit de kast halen om in leven te blijven? Of erkennen dat, na het moment van komen, nu het moment van gaan is aangebroken?’

Zelden is een titel van een boek zo duidelijk geweest als in dit geval: “Zelf over het levenseinde beschikken. De praktijk bekeken“. Dat is precies waar dit boek over gaat. Aan de hand van negentien casussen beschrijft auteur Ton Vink, filosoof en counselor bij Stichting De Einder, hoe mensen overgaan tot een zorgvuldige en humane zelfdoding. Er wordt duidelijk aangegeven wat de rol van de counselor in deze gevallen is (informatie verschaffen, morele steun bieden etc.), maar dat de zelfdoding an sich een verantwoordelijkheid blijft van de cliënt. Dit mede omdat hulp bij zelfdoding strafbaar is op basis van art. 294, Wetboek van Strafrecht. Aan dit wetsartikel en de valkuilen die daar het gevolg van zijn, wordt ook stilgestaan in dit boek. Er moet uitdrukkelijk een verschil gemaakt worden tussen euthanasie (waarbij een arts, min of meer als gunst, euthanasie verleent aan een patiënt) en de gevallen van zorgvuldige, humane zelfdodingen die in dit boek beschreven worden. In sommige gevallen was euthanasie afgewezen, maar in andere gevallen wilden de cliënten zelf de regie houden over hun levenseinde en dit niet overlaten aan de beschikking van een arts. Het hele boek draait dan ook om zelfbeschikking. De negentien casussen die in dit boek worden beschreven, worden afgewisseld met een viertal intermezzo’s, waarin medewerkers van Stichting De Einder hun visie op de term “zelfbeschikking” geven. Al met al een buitengewoon interessant en leesbaar boek. Het geeft wel aan dat het nog niet zo makkelijk is om een humane vorm van zelfdoding te kiezen. Daar gaat heel wat voorwerk aan vooraf. Het is echter een goed alternatief voor bijvoorbeeld ophanging, het doorsnijden van de polsen, voor de trein of van een flat te springen. Stichting De Einder strijdt voor de mogelijkheid om op een humane manier tot zelfdoding over te gaan en wat dat in de praktijk betekent, wordt buitengewoon helder en duidelijk uitgelegd in dit boek.

Uitgeverij Damon, november 2008. 141 pag.

Koop bij bol.com

Laat los mijn hand

Edward Docx – “Laat los mijn hand”

Louis Lasker houdt zielsveel van zijn familie – de momenten dat het niet zo is daargelaten. Zijn twee halfbroers, Jack en Ralph, zijn fantastische, lastige mensen, maar heel druk met hun eigen ego’s. Louis’ leven staat in het teken van het verzorgen van zijn vader. Met zijn vieren ondernemen ze per busje een reis van Londen naar Zürich. Hun vader is ongeneeslijk ziek en hij wil op waardige wijze zijn leven beëindigen. In Engeland is dat bij wet verboden. In deze geweldige road novel gaat het in feite over de elementaire vragen in het leven en wat er uiteindelijk werkelijk toe doet. ‘Ontroerend’ dekt geenszins de lading, dit boek knalt recht je hart in en laat je na lezing verweesd achter. Docx heeft een uiterst actueel verhaal geschreven en de meest onweerstaanbare en onuitstaanbare personages gecreëerd, rijkgeschakeerd als het leven zelf.

Louis (Lou) Lasker rijdt met zijn aan ALS lijdende vader naar Zwitserland, omdat deze wil sterven voordat hij nog verder aftakelt. In Engeland is dat bij de wet verboden, dus moeten ze uitwijken naar Zwitserland, waar de organisatie Dignitas mensen die euthanasie willen, helpt sterven. Tijdens de reis (die van deze roman feitelijk een road novel maakt), wordt de verstandhouding tussen Lou en zijn vader op de proef gesteld. Hij heeft zelf aangeboden om zijn vader naar Zürich te brengen, maar worstelt toch met het naderende afscheid. Ook zijn halfbroers Ralph en Jack hebben het er moeilijk mee dat hun vader wil sterven. Ze gaan er allemaal op hun eigen manier mee om. Uit alles blijkt dat Edward Docx een geboren verteller is die lastige onderwerpen niet uit de weg gaat. De zinnen zijn prachtig gecomponeerd, de dialogen realistisch en soms schurend door de achterliggende spanning tussen de personages. “Laat los mijn hand” is niet alleen een indrukwekkende road novel, maar ook een verhaal over leven en dood, over de relaties tussen kinderen en hun vader en de relaties van de broers onderling. Maar bovenal is het een roman over liefde: liefde voor elkaar en liefde voor het leven. Een buitengewoon indrukwekkende prestatie. Een boek dat je niet snel zult vergeten.

Uitgeverij Atlas Contact, juni 2017. 416 pag.

Koop bij bol.com

Slotakkoord

Willeke Stadtman – “Slotakkoord”

Schrijfster en arts Willeke Stadtman werkte ruim 30 jaar in de zorg. Eerst als arts, later als bestuurder. Nu werkt zij als arts voor de Levenseindekliniek, die is opgericht op initiatief van de NVVE (Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde), maar die verder losstaat van deze Vereniging.

In “Slotakkoord – 15 misverstanden over euthanasie en hulp bij zelfdoding” behandelt Stadtman 15 misverstanden over euthanasie en hulp bij zelfdoding, waarbij ze onder andere ingaat op onderwerpen als euthanasie bij dementie, bij minderjarige mensen, mensen met een psychiatrische aandoening, niet terminale patiënten en het onderwerp voltooid leven, dat door een wetsvoorstel van Pia Dijkstra van D66 onlangs weer volop in het nieuws is geweest. Er wordt niet alleen ingegaan op de wetgeving en de regeltjes rond euthanasie, maar in ieder hoofdstuk wordt ook een casus besproken, wat het boek wat makkelijker te lezen maakt. Het is geen saai, droog boek met theoretische beschouwingen. Juist door de verhalen uit de praktijk, wordt het een praktisch boek en wordt het interessant voor een breed publiek, want hoewel de christelijke partijen nog altijd fel gekant zijn tegen euthanasie, is er in de loop der jaren in Nederland een meerderheid ontstaan die voorstander zijn van euthanasie of dat niet (langer) afwijzen op basis van een religieuze overtuiging.
Nu mensen steeds ouder worden, komen ouderdomsziektes als Alzheimer en bepaalde vormen van kanker steeds vaker voor. Daardoor is euthanasie langzaam het leven van mensen binnengeslopen. Veel mensen die een dergelijk ziekteproces hebben meegemaakt, weten dat ze zelf een dergelijke aftakeling en een dergelijk lijden niet willen ondergaan. Ze gaan ervan uit dat ze wel euthanasie zullen krijgen als het zo ver is, maar zo werkt het in de praktijk niet. Het feit dat euthanasie – mits zorgvuldig uitgevoerd – niet langer strafbaar is, betekent niet dat mensen recht hebben op euthanasie. Je kunt geen euthanasie claimen. Ook is het niet zo dat je om euthanasie kunt vragen en dat de dokter dan direct de volgende dag langskomt met een spuitje.
Dit zijn slechts enkele voorbeelden van de misverstanden die aan bod komen in dit boek. Al met al is”Slotakkoord” een buitengewoon interessant boek voor mensen die meer willen weten over de (on)mogelijkheden die de euthanasiewet biedt. Daarmee is het boek een goede kennismaking met het onderwerp. Er wordt helaas slechts kort ingegaan op de zogenaamde “autonome route”, die inhoudt dat je euthanasie krijgt zonder tussenkomst van een arts, waar de Coöperatie Laatste Wil zich sterk voor maakt. Dit door middel van het zogenaamde “laatste-wil-middel” (wellicht beter bekend als “de pil van Drion”). Dit middel bestaat overigens nog niet. Het is nog slechts een beeld, een metafoor. Persoonlijk vind ik het jammer dat de schrijfster niet dieper op dit onderwerp is ingegaan, maar deze autonome route vertoont ook meer overeenkomsten met zelfdoding aan dan met euthanasie.
“Slotakkoord” is een mooie bijdrage aan de boeken over euthanasie die de laatste jaren verschenen zijn. De 15 meest voorkomende misverstanden worden op een duidelijke manier uiteengezet, waardoor het boek toegankelijk is voor een breed publiek. Het is een makkelijk leesbaar boek over een controversieel en buitengewoon actueel onderwerp. Een aanrader voor iedereen die (beroepsmatig) geïnteresseerd is in het onderwerp of in zijn privésituatie te maken krijgt met euthanasie of een doodswens van een familielid of vriend.

Just Publishers, oktober 2016. 256 pag.

Koop bij bol.com

Ma

Hugo Borst – “Ma”

Hartverscheurend boek van Hugo Borst over zijn dementerende moeder, liefdevol en met veel gevoel geschreven. Hugo Borst vindt ‘mantelzorger’ een raar woord, maar hij is het wel. Al drie jaar verzorgt hij zijn zesentachtigjarige moeder, die aan dementie lijdt. Op ontroerende en vaak geestige wijze schrijft hij over de ingrijpende gevolgen van haar aftakelende geest. Ook beschrijft hij hoe de onvermijdelijke verhuizing naar een verpleeghuis verloopt. Intussen haalt hij herinneringen op aan zijn jeugd en aan zijn moeder in betere tijden. Ma is een liefdevol en prachtig geschreven portret van een moeder en haar zoon. Ma zit hier nu drie weken en elke dag is het raak. Liever zou ik eventjes niet meer gaan. ‘Het is hier verschrikkelijk,’ zegt ze. Dan zwijgt ze. Ostentatief. Ik leg mijn hand op haar knie. Ze wijst naar de bovenkant van haar hoofd en zegt: ‘Je kan beter mijn kop inslaan.’ ‘Dan kom ik in de gevangenis, ma.’ ‘Dat is waar,’ zegt ze en ze peinst en dat doe ik ook, peinzen. Peinzen over haar hunkering naar een genadeklap. –

De moeder van Hugo Borst heeft Alzheimer. Samen met zijn broer en hun vrouwen vormen zij de vier mantelzorgers van hun moeder. Hoe verder het verhaal (columns) vordert, hoe verder de ziekte zijn moeder heeft aangetast. Eerst belt ze nog om te vragen hoe de televisie aan moet (“Op het groene knopje drukken. Nee ma, niet het groene knopje van de telefoon”), maar later belt ze niet meer omdat ze niet meer weet hoe dat moet.
Omdat haar zussen en haar broer allemaal Alzheimer hadden, wist de moeder van Hugo Borst wat haar te wachten stond. Ze had de aftakeling naar een bijna onmenselijk bestaan van dichtbij meegemaakt.
Zonder enige schroom of terughoudendheid vertelt Hugo Borst in “Ma” over zijn moeder. Uit iedere bladzijde blijkt dat hij zielsveel van zin moeder houdt en haar nog niet wil missen, maar dat hij ook worstelt het het feit dat zijn moeder steeds een beetje minder mens wordt (wat de letterlijke vertaling van “dementie” is). Een pijnlijk mooi geschreven verhaal over Hugo Borst en zijn moeder en de speciale band die zij samen hebben. Schrijnend en confronterend ook. Borst ontziet niets of niemand, ook zichzelf niet. Heel mooi zijn de momenten waarop de Ma van Hugo Borst haar achterkleinkind ziet. Ze weet de naam niet meer, en ook niet of het een jongetje of een meisje is, maar dat zijn de momenten waarvan zijn moeder nog lijkt te genieten. Dit boek is zo openhartig en persoonlijk dat het bijna voyeuristisch voelt om het te lezen. Een schitterend eerbetoon aan de moeder van Hugo Borst.

Uitgeverij Lebowksi, 2015. 208 pag.

Koop bij bol.com

De jacht op de klaproos

Paul Gellings – “De jacht op de klaproos”

Paul Gellings heeft zijn nieuwe roman gebaseerd op wat de ’affaire-Tuitjenhorn’ is gaan heten. In de zomer van 2013 gaf een huisarts een patiënt morfine teneinde diens benauwdheid te verdrijven. De patiënt sterft, en de bij de ingreep aanwezige co-assistente stelt het in haar ogen foutieve handelen van de arts aan de kaak bij haar begeleiders van het AMC. Zij maken de zaak aanhangig, waarna een politie-inval bij de huisarts volgt. Van een toegewijde, geliefde huisarts is hij ineens verdachte geworden. Wanneer hij kort daarop het bericht ontvangt dat hij zijn beroep niet meer mag uitoefenen, maakt hij een einde aan zijn leven.

De machteloosheid van een individu dat door een onaanspreekbare moloch tot het uiterste wordt gedreven, is bij uitstek een thema dat bij Gellings past. Hij verdiepte zich in de zaak en maakte er deze roman van. Het is het universele drama van een man die zich overeind moet zien te houden te midden van een groeiende ambtelijke en maatschappelijke vijandigheid.

Na “Verbrande schepen” en “Augustusland” is dit boek het derde in wat door de auteur wel zijn “morfine-trilogie” genoemd wordt. Hiermee bedoelt hij absoluut niet dat de boeken samen een geheel vormen, maar slechts dat in alle drie de boeken morfine een grote rol speelt. Dit derde boek is gebaseerd op de zogenaamde Tuitjehorn-affaire, die draaide om huisarts Nico Tromp. In het boek heet de huisarts echter Stefan Mandema. Hij heeft een goed lopende huisartsenpraktijk in een klein plaatsje op het platteland. Hij heeft een goed contact met huisartsen in de omgeving, en ze nemen ook wel voor elkaar waar als dat nodig is. In een klein plaatsje kent iedereen elkaar gauw, en Stefan kent zijn patiënten goed. Eén van de patiënten, Wouter Langedijk, heeft kanker gehad en is daarna “schoon” verklaard. Op een gegeven moment komt de kanker toch weer terug, en deze keer is er niets meer aan te doen. Wouter krijgt morfine en slaaptabletten en op een avond wordt de huisarts Stefan Mandema gebeld door de familie van Wouter, omdat het heel slecht met hem gaat. Als Stefan daar aankomt, vergezeld van een co-assistente, is het duidelijk dat Wouter bijna stikt. Tijdens zijn ziekteproces heeft Wouter meerdere malen aan Stefan gevraagd of die er wel voor hem zou zijn als het lijden te zwaar wordt. Stefan kan het lijden van Wouter niet aanzien, en volgens de wens van Wouter en de familie, verricht Stefan euthanasie. De co-assistente is het hier niet mee eens, en trekt aan de bel. Dit luidt een periode in van veel ellende voor Stefan Mandema.

Dit verhaal is duidelijk gebaseerd op de Tuitjehorn-affaire, zoals ook op de achterflap te lezen staat. Je hoeft echter niets van die zaak te weten om deze roman te kunnen lezen. Hoofdstukken waarin wordt beschreven wat de hoofdpersoon meemaakt, worden afgewisseld met dromerige fragmenten, waarin Stefan Mandema met zijn oude professor praat. Dit is erg kunstig gedaan, en het is duidelijk dat Paul Gellings een ervaren schrijver is, die weet hoe hij een goed verhaal neer moet zetten. Het thema is euthanasie, maar het boek is geen pleidooi, niet voor en niet tegen euthanasie. In het boek komen beide “kampen” aan het woord, zowel de voor- als de tegenstanders. Hierdoor is het niet alleen een mooi boek, maar dwingt het je ook om na te denken over euthanasie. Dat maakt dit boek eigenlijk een “must” voor iedereen.

Meer informatie over euthanasie is te vinden op de Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde: www.nvve.nl en over Paul Gellings en zijn boeken, waaronder de morfine-trilogie op zijn website www.paulgellings.nl.

Uitgeverij Passage, 2015. 189 pag.

Koop bij bol.com

Ik huilde al in jouw buik

Heidy Vernee – “Ik huilde al in jouw buik”

‘Ik ga voor de vrachtwagen oversteken, dan ben ik nooit meer bang’, zegt de achtjarige Vlinder. In de buitenwereld is ze stil en teruggetrokken. Thuis komt haar angst schreeuwend naar buiten. Ze is achttien jaar als ze, na een mislukte suïcidepoging, haar moeder smeekt: ‘Help mij een einde aan mijn leven te maken’. De hulpverlening geeft het advies haar los te laten.

Heidy Vernee schreef, vanaf de geboorte van haar kinderen, in een dagboek. Vanuit die dagboeken is het verhaal “Ik huilde al in jouw buik” geschreven. Het is een zoektocht naar een ander antwoord dan “loslaten”. Een onvoorstelbaar verhaal dat verteld moet worden, omdat te veel kinderen en volwassenen, vaak op gruwelijke wijze, zelf een einde aan hun leven maken. Velen van hen, voor wie het leven door angst of anderzijds niet leefbaar is, moeten hun dodenweg alleen gaan, omdat de samenleving geen passend antwoord op de hulpvraag wil of kan geven.

Ik huilde al in jouw buik” is het verhaal van Vlinder, een meisje dat altijd bang is. Ze leeft continu met een loodzware angst, en eigenlijk is dat een angst om te leven. Na enige tijd komt ze in de molen van het RIAGG terecht, maar de angst blijft, en de wens om te sterven ook. Het is buitengewoon aangrijpend om te lezen hoe een kind van 8 jaar oud aan haar moeder uitlegt hoe ze zelfmoord wil plegen en waarom. Euthanasie in de psychiatrie is een heet hangijzer. Veel psychiaters willen hun vingers hier niet aan branden, maar soms is psychisch lijden net zo zwaar – of zelfs nog zwaarder – als lichamelijk lijden, alleen wordt lichamelijk lijden makkelijker herkend en onderkend. Heidy is een sterke vrouw en heeft van haar dagboekaantekeningen dit aangrijpende boek gemaakt. Een boek dat iedere hulpverlener in de (geestelijke) gezondheidszorg zou moeten lezen, maar wat ook zeer leesbaar is voor leken. Een buitengewoon heftig boek.

Uitgeverij Van Brug, 2014. 190 pag.

Koop bij bol.com