Post Tagged ‘de bezige bij’

Een woord een woord

Frank Westerman – “Een woord een woord”

Dit jaar is het precies 40 jaar geleden dat de treinkaping bij De Punt en de schoolgijzeling in Bovensmilde plaatsvonden (23 mei – 11 juni 1977). Daar is in de media (vooral op televisie) veel aandacht aan besteed. Wat in de media eigenlijk nauwelijks aan bod is gekomen zijn de eerder Molukse treinkaping van december 1975 en de gijzeling van het Provinciehuis in Assen (ook door Molukkers) in maart 1978. Om te weten wat er veertig jaar geleden precies plaatsvond in Drenthe, is “Een woord een woord” het boek bij uitstek om te lezen.

Twintig jaar geleden wist de Amerikaanse romancier Don DeLillo het al: schrijvers en terroristen voeren een gelijkaardige strijd. Zij plegen een aanslag op het menselijk bewustzijn met als doel het innerlijk leven van een cultuur te veranderen. En zij doen dat met de beste bedoelingen, voegt Frank Westerman er in zijn nieuwste boek aan toe. Zij willen de wereld verbeteren.
In “Een woord een woord” gaat Westerman op zijn bekende gracieus-journalistieke wijze op zoek naar een antwoord op de vraag of terroristen ook gevoelig zijn voor woorden, en dus niet alleen voor kruisraketten of drones. En of we onze onmacht niet proberen te verbergen achter al het wapengekletter.

Als twaalfjarige maakte Westerman in 1977 mee hoe in zijn achtertuin Molukkers een trein kaapten, later raakte hij bevriend met een beruchte RAF-activiste en als journalist trok hij naar Tsjetsjenië toen de onafhankelijkheidsstrijders daar een theater en een school gijzelden – en Poetin er met het grof geschut een eind aan maakte, met honderden slachtoffers als gevolg. Zo moet het dus niet, besluit Westerman. Met gijzelaars kun je onderhandelen en door te praten met mensen die terroristen als hun wingebied beschouwen, kun je hen terugwinnen.

Westerman gaat op onderzoek uit om te achterhalen of de gevleugelde spreuk “De pen is machtiger dan het zwaard” ook geldt in gijzelingssituaties. Is het een goed idee om de kapers zo lang mogelijk aan de praat te houden (de “Dutch Approach”) of is het verstandiger om direct met grof geschut een einde aan de gijzeling te maken (de “Russian Appraoch”)? Is de pen inderdaad machtiger dan het zwaard? Zijn woorden sterker dan geweld? Hoewel dit boek zich met name richt op de Molukse kapingen van 1975-1978, komen bijv. ook de gewelddadige acties van de RAF en de onafhankelijkheidsoorlog in Tsjetsjenië aan bod. “Een woord een woord” is een prettig leesbaar verslag van het onderzoek dat Westerman gedurende twee jaar deed, waarbij hij ook een onderhandelaarstraining volgde bij de politie. Een must-read voor iedereen die geïnteresseerd is in de Nederlandse geschiedenis en met name de Molukse kapingen. Westerman beschrijft deze nauwgezet, bijna alsof hij er zelf bij was. Een bijzonder mooi en leeswaardig boek over een interessant en nog altijd bijzonder actueel onderwerp.

 

Uitgeverij De Bezige Bij, 2016. 285 pag.

Koop bij bol.com

Advertenties
4 3 2 1

Paul Auster – “4 3 2 1”

Na “Sunset Park” uit 2010 is dit het eerste fictie-werk van Paul Auster in 7 jaar tijd en het resultaat mag er zijn. Een vuistdikke roman van ruim 900 pagina’s waarin de vier parallelle levens van Archibald Isaac Ferguson beschreven worden. Iedere beslissing in het leven van een mens leidt naar een ander levenspad. In “4 3 2 1” laat Auster op zijn eigen herkenbare en meesterlijke stijl zien wat de gevolgen kunnen zijn van bepaalde keuzes in het leven. Dit boek mag gerust zijn magnum opus genoemd worden. Zelf zegt Auster dat zijn vorige boeken in meer of mindere mate tot de totstandkoming van deze roman hebben geleid. Auster staat, zeker sinds zijn “New York Trilogie” uit 1987, bekend als een van de beste hedendaagse Amerikaanse schrijvers en met “4 3 2 1” lost bij die belofte ruimschoots in. Het is een roman geworden waar echte Auster-fans van zullen smullen, maar die ook nieuwe lezers zal kunnen bekoren. Het is wellicht ongebruikelijk om als kennismaking te beginnen met het dikste boek van een auteur, maar ik denk dat liefhebbers van de betere hedendaagse literatuur van dit boek zullen genieten. Ik denk niet dat het te vroeg is om dit boek nu al uit te roepen tot een klassieker van de hedendaagse Amerikaanse literatuur. Qua belang is deze titel belangrijker dan bijvoorbeeld “Onderwereld” (eveneens een moderne klassieker) van collega en vriend Don DeLillo.

Op 3 maart 1947 wordt, twee weken te vroeg, Archibald Isaac Ferguson geboren, het enige kind van Rose en Stanley Ferguson. Archibalds leven zal gelijktijdig vier verschillende paden volgen. Vier identieke Archibalds, bestaand uit hetzelfde dna, vier jongens die fysiek een en dezelfde zijn, leiden vier parallelle en volstrekt verschillende levens. Elk levenspad neemt een andere richting. Liefdes en vriendschappen en intellectuele interesses contrasteren. Een jongen groeit keer op keer op. Iedere Archibald zal verliefd worden op Amy Schneiderman, maar hun relatie zal steeds een andere zijn. Lezers zullen meegenieten van Archibalds successen, en meeleven met de tragische gebeurtenissen die hem overkomen. Zo ontvouwen de levensverhalen van de vier Archibalds zich.

Uitgeverij De Bezige Bij, februari 2017. 912 pag.

Koop bij bol.com

Vaderskind

Ad Fransen – “Vaderskind”

Een kind dat op de verjaardag van Hitler wordt geboren en ook nog eens Adolf wordt genoemd, is haast gedwongen te speuren naar het oorlogsverleden van zijn vader.

Ad Fransen weigert al heel jong de verhalen te geloven die de ronde doen over zijn vader, die SS’er was. Pas nu zijn vader er niet meer is, licht hij stukje bij beetje het doopceel van zijn familie. Hij schetst een nerveus huishouden dat wordt geplaagd door de naweeën van de Tweede Wereldoorlog.

Telkens als de zoon dichter bij de waarheid komt, knaagt het dilemma of hij zelf geen verraad pleegt, of hij het oorlogsverleden van zijn vader wel moet onthullen.

In “Vaderskind” geeft Ad Fransen met eerlijk en nietsontziend proza deze vader een stem en verlost hij zichzelf van een geheim.

Vaderskind” is eigenlijk geen roman, maar een verzameling anekdotes van Ad Fransen zelf, over zijn vader (die ook Adolf heette), en over zijn grootvader die hij constant “De Kippenneuker” blijft noemen. Stukje bij beetje ontrafelt Fransen het verhaal van zijn vader, en ook van zijn grootouders, die devote Hilter-adepten waren. Het is erg mooi om te zien hoe Fransen worstelt met het feit dat zijn vader fout is geweest in de oorlog (veel fouter dan SS-er kon je niet zijn), en tegelijk zijn liefde voor en zelfs medelijden met zijn vader, die eigenlijk maar een triest figuur werd, en een compleet ander persoon werd toen hij eenmaal na de oorlog door een generaal pardon van koningin Juliana werd vrijgelaten. Hij moest niets meer weten van ideologieën. Op ontroerende wijze beschrijft Fransen deze haat/liefde-verhouding met zijn vader. Prachtig.

Uitgeverij De Bezige Bij, 2015. 224 pag.

Koop bij bol.com

Alles om jullie heen is er nog

Marieke Poelmann – “Alles om jullie heen is er nog”

Op 12 mei was het vijf jaar gelden dat vlucht 8U-771 van Afriqiyah Airways neerstortte in Tripoli. Onder de passagiers bevonden zich 71 Nederlanders, waaronder de ouders van Marieke Poelmann. Van de 104 inzittenden komen er 103 om het leven, waarvan 67 Nederlanders. De enige overlevende is het negenjarige jongetje.
Marieke’s ouders waren onderweg naar huis na een vakantie in Zuid-Afrika. Marieke is op dat moment 22 jaar oud en belandt als beginnende journalist plotseling aan de verkeerde kant van het nieuws. Wat er dan op haar afkomt is overweldigend: familierechercheurs, slachtofferhulp, banken en verzekeraars bevolken de stoep van haar ouderlijk huis. Ook delen zij en haar oudste broer Boris ineens de verantwoordelijkheid voor hun gehandicapte broer Sándor, die op zijn elfde een hersentumor kreeg. Om nog niet te spreken over het onwerkelijk grote verdriet dat zich aandient, dat Poelmann op indringende wijze weet te beschrijven. Door de vliegramp komen angsten uit Mariekes vroege jeugd, de herinneringen aan de ziekte van haar broer Sándor en de relaties binnen haar familie in een heel ander perspectief te staan.

“Alles om jullie heen is er nog” is een buitengewoon aangrijpend boek over het verlies van beide ouders. Het plotseling wees zijn. Het alles moeten regelen, terwijl jezelf helemaal ontregeld bent. Marieke Poelmann weet dit alles op zeer indringende wijze over te brengen. Het is een aangrijpend en meeslepend boek, waaruit duidelijk blijkt dat de pijn nooit verdwijnt. Marieke heeft ook gesproken op de gesloten bijeenkomst voor nabestaanden van de MH-17 ramp, want Marieke is nu ook al vijf jaar een “nabestaande”, hoe je die rol ook moet invullen, en daar worstelt Marieke ook mee. Haar ouders zijn geen dag uit haar gedachten.
Marieke beschrijft het proces dat ze met haar broers doormaakt vlak na de crash op een pijnlijk eerlijke en open manier. Met “Alles om jullie heen is er nog” heeft ze niet alleen een verslag geschreven over wat haar overkomen is sinds 12 mei 2010, maar ook een waardig eerbetoon aan haar ouders. Een schitterend boek over een verschrikkelijk drama.

Meer info: www.mariekepoelmann.nl

Uitgeverij De Bezige Bij, 2015. 256 pag.

Koop bij bol.com

VSV

Leon de Winter – “VSV”

Bijzonder verhaal. Spannend, intrigerend. Veel verhaallijnen en karakters die elkaar doorsnijden.
Het begint met Theo van Gogh die, na zijn moord, in een soort van voorgeborchte van de hemel opgeleid wordt tot beschermengel. Zijn opleider is Jimmy, een Amerikaanse priester die in Sonja de liefde van zijn leven had gevonden, en die ervoor had gezorgd dat Max, de liefde van haar leven, na zijn dood zijn hart zou krijgen. Theo wordt beschermengel van Max, die rijk is geworden door de misdaad. Max had een rechterhand die de vuile werkjes opknapte, Ouazzi. Een van de zaakjes die Ouazzi had opgeknapt was het uit de weg ruimen van een makelaar die Max ooit belazerd had, de vader van Sonja.

Ouazzi heeft een zoon die samen met een aantal andere vrienden een aantal terroristische acties op touw heeft gezet: een bom onder Stopera, een kaping op Schiphol, bezetting van lagere school in Amsterdam (“VSV”).
Sonja heeft ondertussen een relatie met Leon de Winter, die Max nog kent uit een vroeg verleden. Leon is weer goed bevriend met Bram Moszcowitz, die Max ook nog kent als vroegere klant. Als blijkt dat Nathan, de zoon van Sonja en Max, waarvan Max niet wist dat het zijn zoon was, gevangen wordt gehouden in de school door de zoon van Max, worden Max en Ouazzi door minister Donner en Job Cohen (van wie Max een halfbroer is, uit een buitenechtelijke relatie van zijn vader) gevraagd om te helpen de school te ontzetten. Dit loopt bijna mis door onhandig ingrijpen van de politie. Gelukkig kan Theo de beschermengel de situatie beïnvloeden waardoor alles uiteindelijk toch goed afloopt.

Zoals gezegd, ingewikkeld, maar zeer zeker vermakelijk. De Winter laat in dit boek duidelijk zien over een gezonde dosis zelfspot te beschikken.

Uitgeverij De Bezige Bij, 2012. 464 pag.

Koop bij bol.com

De ijsmakers

Ernest van der Kwast – “De ijsmakers”

’s Zomers in ijssalon Venezia in Rotterdam, ’s winters in Venas Di Caldore, een dorpje in Italië. Dat is het leven van de ijsmakersfamilie Talamini.
Al generaties lang gaat de ijssalon over van vader op zoon. We lezen hoe Giuseppe Talamini, de overgrootvader van Giovanni en Luca Talamini,  voor het eerst over ijs hoorde en gelijk wist, dit is mijn toekomst.  Hij vertrok naar Wenen met een kacheltje om gepofte kastanjes te verkopen en kwam terug met een ijsmachine. En zo begon het…
Giovanni, de verteller van het verhaal, groeit samen met zijn jongere broer Luca op en is voorbestemd om zijn vader Beppi op te volgen in de rij ijsmakers. Beppi die liever uitvinder was geworden maar inmiddels al jarenlang de zaak runt. Beppi die het Giovanni zeer kwalijk neemt als hij bedankt voor de eer zijn vader op te volgen.
Broer Luca, die het ijsmaken eigenlijk veel meer in zijn vingers heeft, moet daarom het stokje overnemen. Luca heeft sindsdien geen woord meer tegen Giovanni gezegd.
Luca zwijgt en werkt.
Luca de broer waarmee Giovanni als kind alles besprak, ze liepen hand in hand door de straten, ze leerden samen ijs maken en zagen samen hun buurmeisje Sophia voor het eerst. Het meisje dat met haar tong haar neus kon raken. Samen werden ze verliefd op haar…
Giovanni heeft echter gekozen voor de taal, voor het woord, voor de poëzie. Vader Beppi ziet er geen heil in. Er valt volgens hem geen droog brood te verdienen met poëzie, dichters zijn luie mensen, ze zijn net zwervers. Vanaf die tijd is er een onoverbrugbare afstand tussen Giovanni en zijn familie. Maar Giovanni is gegrepen en kan niet meer terug. Poëzie is zijn leven. Giovanni schrijft zelf ook wel gedichten maar voornamelijk beschrijft en organiseert hij poëziefestivals en is goed in zijn vak.
Niemand van de familie Talamini toont interesse in Giovanni’s werk, de ijsmakers wèrken echt, Giovanni niet. Deze wordt steeds meer een einzelganger, hij raakt eraan gewend alleen te reizen, alleen te wonen. Soms wordt hij geraakt door een melancholie, een verlangen, maar dat is van korte duur. En dan, na meer dan tien jaar, praat Luca weer tegen zijn broer en heeft een heel bijzonder verzoek wat Giovanni’s leven totaal verandert.

Ernest van der Kwast is een schrijver waarbij je altijd het gevoel hebt dat hij alles zelf heeft meegemaakt, zelf heeft gezien, zelf heeft doorstaan. Bij dit verhaal gebeurt dat weer. Dit gevoel werd versterkt doordat je weet dat hij deels in Italië, deels in Rotterdam woont, hoofdredacteur van het literaire tijdschrift Passionate (nu digitaal platform) was en onder andere literaire evenementen als Nur Literatur organiseert.
Het is dat achterin dankwoorden worden uitgesproken aan de familie Olivio, die daadwerkelijke deels in Venas di Cadore wonen en deels ijssalon Venezia In Rotterdam bestieren, en aan Bas Kwakman, directeur van Poetry International Festival Rotterdam, die maken dat je beseft dat Ernest van der Kwast het verhaal in dit boek niet zelf beleefde.

Het verhaal over de ijsmakers is erg onderhoudend, soms melancholisch, en met milde humor geschreven. Het zit bovendien vol verrassende wendingen. Het verhaal over Giovanni zelf is bijna losstaand van het ijsmakersverhaal, waardoor het vrij solitaire leven van Giovanni extra wordt benadrukt. De beschrijvingen over dat leven maakt dat de liefde voor literatuur, voor het woord en voor de taal bij jezelf ook weer oplaait. Er worden prachtige regels aangehaald in een mooie passende setting. Ernest van der Kwast heeft datfingerspitzengefühl waardoor hij in elke situatie precies de goede toon weet aan te houden. Het maakt dat je weer de dichtbundels uit de kast haalt en opnieuw in de poëzie wil duiken. Dat je weer wilt genieten van literatuur in de ware zin van het woord en dat is prettig, zo hoort een boek ook te zijn…

Uitgeverij De Bezige Bij, 2015. 304 pag.

Koop bij bol.com

De verborgen geschiedenis

Donna Tartt – “De verborgen geschiedenis”

Dit is een boek uit de oude doos. Verschenen in 1992 en ik heb het sindsdien zeker zes of zeven keer gelezen. Dit boek hoort eigenlijk in iedere boekenkast thuis, omdat het een van de weinige moderne klassiekers is. Dat is ook de reden waarom ik deze weer eens uit de boekenkast getrokken heb.

Begin jaren negentig verscheen het literaire debuut van Donna Tartt. Haar boek De verborgen geschiedenis werd met lovende kritieken ontvangen. Er werd zelfs een vergelijking getrokken met Dostojevski’s “Misdaad en straf“. Een misdaad vindt inderdaad plaats, twee zelfs, en een straf in feite ook.

Het boek draait om Richard Papen, die besluit zijn saaie geboortedorp, het Californische Plano, te verlaten en Griekse taal en cultuur te gaan studeren aan Hampden college. Richard – zoon van een simpele pompbediende – romantiseert zijn welgestelde en arrogante medestudenten. Daar zijn er overigens maar vijf van: ten eerste de studiebol Henry, de tweeling Charles en Camilla, Francis en tot slot Bunny. Richard waant zich haast in hogere sferen.

Tartt beschrijft in De verborgen geschiedenis op fraaie wijze hoe een groep veelbelovende jonge mensen zichzelf te gronde richt. De studenten worden weliswaar niet opgepakt voor hun misdaden, maar gaan evengoed ten onder aan een mix van schuldgevoel en een besef niet onaantastbaar te zijn. Het doel van Tartt lijkt dan ook niet om te wijzen op de morele verwerpelijkheid van moord, maar op het gevaar van hoogmoed, de illusie van een verlangen naar een bestaan die het aardse bestaan ontstijgt.
Wanneer het vernis van superioriteit is afgebladderd, beseft Richard dat hij zich vergist heeft in zijn medestudenten. Eindelijk ziet hij hoe kwetsbaar Henry is, hoe ook hij met zichzelf worstelt. Tartt toont pas laat Henry’s ware gezicht. Tijdens één van de laatste gesprekken tussen Richard en Henry merkt de laatste op, in een schitterende passage zoals alleen Donna Tartt die kan schrijven:
De wereld heeft me altijd leeg geleken. Ik was niet in staat zelfs maar van de simpelste dingen te genieten (…) Maar dat veranderde de nacht dat ik die man vermoordde. Daardoor kon ik doen wat ik het liefste wilde (…) Leven zonder nadenken.
De hele groep volgde Henry, niet beseffend dat onder zijn pantser van superioriteit eigenlijk een twijfelend en ongelukkig mens school. Voor Henry was het motief voor moord om eindelijk controle te krijgen, de leegte op te vullen. Voor de anderen was het een ontzag voor Henry, om bedwelmd te raken van zijn eruditie, zijn superieure doen en laten. Al deze illusies vallen uiteindelijk in duigen.

Dit boek was het meesterwerk van de jaren ’90. Het is ook een boek dat iedereen gelezen moet hebben. Zoals ik eerder zei, een moderne klassieker, en een stuk makkelijker te lezen dan “Misdaad en straf“. En voor wie het boek al kent: ook bij herlezen blijft het een schitterende roman.

Uitgeverij De Bezige Bij, 1992. 624 pag.

Koop bij bol.com